Storytime

De Reis

“JEROEN, BEN JE NOU AL WAKKER?!” Ik draaide me nog een keer om. “Jahaa! Ik kom zo!” Riep ik terug. Pff, moeders… Ik kwam heus wel op tijd op school, dat lukte me altijd. Ik deed mijn ogen nog even dicht. Vijf minuutjes, dan ging ik eruit. Echt.

Een halfuur later deed ik mijn ogen open. Ik keek op mijn wekker. SHIT. Half 9. Ik had me alwéér verslapen. Ik draaide me nog een keer om, ik was tenslotte toch al te laat. Rond een uur of 11 kwam ik mijn bed uit. Ik pakte de huistelefoon en toetste het nummer van de school in. Mijn moeder was er toch niet, dus dan kon ik mezelf net zo goed ziek melden.

Ik had het nooit echt naar mijn zin op school. De meeste mensen hadden wel een paar vrienden, maar ik niet. Ik werd niet gepest, maar ik had gewoon niemand om mee te praten tijdens de lessen of iets mee te eten in de pauze. En geloof me, dat is niet leuk. Gelukkig was het schooljaar bijna om, ik hoefde nog maar 3 maanden. Dat is wat mijn moeder steeds bleef herhalen. Maar in 3 maanden kan er nog heel veel gebeuren. In 3 maanden zou ik gepest kunnen worden, of de pestkoppen een reden geven om mij te pesten. En daar was ik als de dood voor.

Plotseling kreeg ik een idee. Ik pakte mijn rugzak, en gooide wat kleren en spullen op mijn bed. Een trui, een t-shirt, extra sokken en ondergoed, zaklamp, portemonnee, telefoon, oplader… Ik ging op reis! Ik zou gewoon verdwijnen voor die laatste 3 maanden, dan kon ik ook niet gepest worden. Ik liet een briefje achter voor mijn moeder, dat ze zich geen zorgen hoefde te maken, en ik liep naar de dichtstbijzijnde bushalte. Gelukkig had ik een OV Chipkaart. Ik woonde al in de buurt van Schiphol, dus het vliegveld was niet ver weg.

Eenmaal bij het vliegveld aangekomen, vroeg ik bij de balie naar de eerstvolgende vlucht, het maakte me niet uit waarheen. “Dat wordt dan de vlucht naar Londen, die gaat over een halfuur.” Antwoordde het meisje. Dat vond ik prima. “Mag ik dan één ticket voor de vlucht naar Londen, alstublieft?”. Ik pakte mijn ticket en liep richting de douane. Toen mijn spullen op de bagageband lagen, keek ik even om me heen. Shit! Daar was Tom, een jongen uit mijn klas. Hij had al gezegd dat hij een midweekje naar Londen ging, daar had ik aan moeten denken! Ik draaide me snel om, en deed mijn capuchon op. De douane medewerker keek me wat vreemd aan. “Ik heb het koud.” Legde ik hem uit, en ik kuchte even. De medewerker keek me wantrouwend aan, maar zei niks. Ik pakte mijn tas en liep snel door naar de vertrekhal. Eenmaal daar aangekomen, zag ik dat Tom ook bij mijn vertrekhal stond! Shit, wat moest ik nou doen? Ik keek op mijn ticket: stoelnummer 112. Gelukkig, dat is mooi achterin. Nu maar hopen dat Tom een plekje voorin het vliegtuig had…

Toen het tijd was om in te stappen hield ik mijn hart vast. Pfieuw, Tom ging bijna helemaal voorin zitten. Ik zakte weg in mijn stoel, en wachtte tot het vliegtuig zou vertrekken. London, here I come! Ik keek even om me heen, om te controleren of er niet meer bekenden in het vliegtuig zaten. Gelukkig zag ik alleen Tom. Dat moest er ook nog bij komen, dat er nog meer bekenden in het vliegtuig zaten! Ik deed mijn oordopjes in, en zette muziek op. Ik was net een beetje weggedommeld, toen er aan mijn arm getrokken werd. Ik schrok wakker. “O, sorry, ik wou je niet wakker maken…” Een meisje van ongeveer mijn leeftijd staat over me heen gebogen. “Eeh, wattisser?” Mompelde ik, nog steeds een beetje slaapdronken. “Sorry, maar ik zit in de stoel rechts van jou, ik moet er even langs.” Zei het meisje. Ik draaide mijn benen naar links, zodat ze er langs kon. Ze was best leuk, eigenlijk. Maar ik was hier niet om een vriendin te vinden, ik had belangrijkere dingen te doen. Zoals slapen, dus.

Net toen ik mijn oordopjes weer in wou doen, zei het meisje: “Dus, jij gaat ook naar Londen?”. Ik besloot een grapje te maken. “WAT? Is dit niet het vliegtuig naar Griekenland?” Het meisje keek me geschrokken aan. “Grapje!” Riep ik. We moesten beide lachen. Shit, dit ging de verkeerde kant op. Ik kon er nu echt geen vriendin bij hebben… Tenzij… “Ga je alleen naar Londen?” Vroeg ik. “Ja,” antwoordde ze, “jij ook?”. Ik knikte. “Moet je niet naar school dan?” Vroeg ze. “Eigenlijk wel. Jij?” “Ja, ik eigenlijk ook…”. Ik keek haar verbaasd aan. Dat was toevallig! Dat betekende dus dat ze die 3 maanden gewoon met mij op kon trekken, als ze dat zou willen! Ik besloot haar uit te leggen waarom ik in een vliegtuig naar Londen zat, terwijl ik eigenlijk gewoon naar school moest. Daarna vertelde Lieke, zo heette ze, waarom zij in een vliegtuig naar Londen zat. Haar ouders waren gescheiden, en nu had haar moeder een nieuwe vriend. Die nieuwe vriend sloeg Lieke soms, als haar moeder niet thuis was. Daarom had ze besloten weg te lopen. Ze begon te huilen. Ik sloeg troostend een arm om haar heen. Wat een heftig verhaal! Lieke keek me aan, en ik veegde haar tranen weg met mijn duim. Ik dacht erover om haar te zoenen, toen ik ineens een elleboog in mijn zij voelde. “Zeg, als jullie willen vrijen doen jullie dat maar ergens anders!” Zei het oude dametje naast mij. Een beetje betrapt draaiden we ons om. Oeps…

Ik besloot het gesprek voort te zetten, door haar te vragen naar haar hobby’s. We praatten maar door, en voor ik het wist waren we in Londen. Toen we bijna gingen landen, pakte ik haar hand, en vroeg: “Wil je met mij mee? Ik heb nog nooit in de London Eye gezeten…”. En dat wou ze. We zochten een hotelkamertje, en daarna verkenden we samen Londen. Het was een prachtige dag, totdat ik ineens gebeld werd door mijn moeder. Die had het briefje waarschijnlijk gevonden. Ik besloot niet op te nemen. Het was zo’n mooie dag geweest, dat wilde ik niet verpesten. Die avond stonden we samen voor de Big Ben, en ik pakte haar hand. Zou ik het doen? Ja. Ik draaide haar zachtjes naar me toe, en kuste haar. Ze zoende me terug. Ik sloeg mijn arm om haar heen. Zo bleven we nog even staan, terwijl we naar de Big Ben keken. Die avond gingen we uitgeput in bed liggen. Wat een dag! Mijn moeder belde nog een keer, maar ik drukte haar weg. Ik zou haar morgen wel even bellen.

De volgende dag schrok ik me een ongeluk: Lieke was weg! Ik raakte bijna in paniek, toen ik het geluid van de douche hoorde. Gelukkig, ze was dus niet weg. Ik was bang dat ze spijt zou hebben van gisteren, en dat ze mij toch niet zo leuk vond als ze eerst had gedacht… Opgelucht plofte ik weer op het bed. Ik besloot mijn moeder te bellen. “JEROEN!” schreeuwde ze door de telefoon, “wat DACHT je?! Je kunt niet zomaar weglopen!”. “Mam.” Ik probeerde ertussen te komen. Mijn moeder bleef maar praten, dus ik hing op. Ik stuurde haar een sms’je: Mag ik nou ook nog wat zeggen? En toen belde ik haar terug. Ik legde haar uit wat er op school aan de hand was, en ik vertelde haar over Lieke. Mijn moeder was erg blij voor me, ondanks dat ze boos was. Ik beloofde haar dat ik over 3 maanden terug zou komen, met Lieke, en dat ik daarna nooit meer weg zou lopen. Mijn moeder was er niet blij mee, maar ze stemde er uiteindelijk toch mee in.

Ik bleef nog 3 maanden in Londen, met Lieke. We hingen de toerist uit, en dronken heel veel kopjes koffie, en aten nog meer taartjes. Het waren de mooiste 3 maanden van mijn leven.

En toen was het zover, de dag dat we weer terug zouden vliegen. Ik ging weer naar huis, maar ik wist eigenlijk niet zo goed wat Lieke van plan was. Ik kocht twee vliegtickets voor ons, en daarna gingen we naar de vertrekhal. Toen we eenmaal in het vliegtuig zaten, besloot ik haar te vragen naar haar plannen. “Ik weet het eigenlijk niet zo goed.” Antwoordde Lieke. Ik stelde haar voor om met mij mee naar huis te gaan, maar dat vond Lieke niet zo’n goed idee. Ik probeerde haar te overtuigen. “Mijn moeder vindt het echt niet erg, dat weet ik zeker. En je kunt toch niet terug naar die stiefvader van je?” Na een paar argumenten stemde Lieke in. We luisterden samen naar muziek, tot ze in slaap viel tegen mijn schouder.

Eenmaal in Nederland aangekomen, belde ik mijn moeder. Ze kwam ons ophalen van het vliegveld, en gaf ons allebei een dikke knuffel. “Welkom bij de familie!” Zei ze tegen Lieke. Ze ging met ons mee naar huis, en we hadden een misschien wel nóg mooiere tijd samen dan in die 3 maanden in Londen.


De man in de trein

Ik keek op mijn horloge. Shit, al een halfuur te laat! Die afspraak haal ik al niet meer… Op dat moment klinkt er een deuntje door de treincoupé. Nee he, niet ook nog vertraging! Ik concentreerde me op wat er omgeroepen werd. “Attentie, attentie, deze trein rijdt niet verder, in verband met twee gebotste treinen voor ons. Ik herhaal: deze trein rijdt niet verder, in verband met een botsing van twee treinen voor ons.” Ja hoor, dat kon er ook nog wel bij. Alsof mijn dag al niet erg genoeg was.

Het was vanochtend meteen al raak. Ik had me verslapen. Met nog maar een half uur tot ik in de trein moest zitten te gaan, propte ik een boterham met pindakaas naar binnen. Nog snel wat koffie, en gaan! In de trein kwam ik erachter dat er een dikke koffievlek op mijn nieuwe blouse zat. Shit, ook dat nog! En nu had die klotetrein dus ook nog vertraging. Gék werd ik ervan! Ik zou vandaag een meeting hebben met mijn baas, over een eventuele promotie. Die kan ik nu dus ook wel vergeten.

Ik was net in mezelf aan het mopperen 0ver mijn rotleven, die stomme rotbaan, en die verschrikkelijke klotetreinen toen er een man naast me kwam zitten. “Mooi weertje he?” zei hij. Nou, als ik ergens geen zin in had, was het een gesprek over koetjes en kalfjes. “Mhrf.” Zei ik. Ik hoopte dat de man door zou hebben dat ik geen zin had om te praten, maar nee hoor. “Jij bent zeker het zonnetje in huis!” Lachte hij. Ik begon kwaad te worden. Wat denkt die gast wel niet, dat hij hier zomaar naast me kan komen zitten om me vervolgens belachelijk te maken?! Ik zei niks. Als ik hem lang genoeg negeer, houdt ie vanzelf wel op, dacht ik. Maar niets was minder waar. De kletskous vertelde me van alles, van zijn tante in Lutjebroek met een hernia tot zijn ex-vrouw die in Rotterdam woont.

Ik begon er echt schoon genoeg van te krijgen, toen hij opeens zijn hand op mijn been legde. Ik verstijfde, en keek geschrokken naar zijn hand. De man had echter niets door, en hij haalde zijn hand ook niet weg. Ik wist niet goed wat ik moest doen. Ik kuchte. De man keek op, en zei: “Dus nu doe je niet meer alsof ik niet besta?” En hij haalde zijn hand weg. Ik wist niet wat ik ervan moest denken. Wat een raar mannetje! Hij begon weer te kletsen, in de veronderstelling dat ik nu wel met hem zou willen praten. Dacht het niet! Toen hij na een paar minuten ophield met praten, keek hij me aan. Ik wist niet wat hij van me wilde. Moest ik ook iets gaan vertellen of zo? Ik keek weg, en pakte mijn telefoon. Dan maar even wat appjes lezen, of even op Facebook kijken of zo. Alles is beter dan met die griezel praten. Toen ik even later opkeek, merkte ik dat hij gewoon mee zat te lezen! Zodra hij zag dat ik naar hem keek, zei hij: “Zo, nu heb ik je aandacht weer! Zal ik dan meteen maar om je nummer vragen?”. Ik schrok me een hoedje. Nu wou die griezel ook nog met me daten! Ik zei niks. “Nou blondje,” zei hij, “komt d’r nog wat van?”. Hij keek me ietwat dreigend aan. Ik begon zo langzamerhand een beetje bang te worden. “Ben je soms een beetje verlegen? Dat is niet erg hoor.” Hij kwam langzaam dichterbij. Ik raakte in paniek. Wat moest ik doen?

Ik deed het enige wat in me opkwam: ik trapte keihard op zijn tenen, met mijn hak. Hij schreeuwde. Ik rende snel langs hem heen, maar ik bleef haken achter zijn been. Ik ging bijna onderuit, maar hij ving me op. “Waar ga je heen, mevrouwtje?” grijnsde hij. “Het was net zo gezellig!” Gelukkig zat er een andere man in de coupé. “Hé! Laat haar met rust, griezel!” Schreeuwde de man. Gelukkig, ik was gered! Toen ik langs de man liep, fluisterde ik: “Bedankt, u bent een held.” De man antwoordde: “Niks te danken, hoor.” Ik wou hem toch bedanken, dus ik stelde voor om een kopje koffie te drinken. “Ach, ik ben toch al laat voor mijn afspraak, dus waarom niet?” stemde hij in.

Even later zaten we beide aan een cappuccino. Bart, zo heette hij, was erg vriendelijk. We praatten over zijn werk, mijn werk, zijn gestoorde ex-vriendin en mijn liefdesleven. Met mijn liefdesleven ging het niet al te best, want de enige aandacht die ik van een man had gekregen de laatste maanden was van Griezel, in de trein. Tot nu toe dan, want Bart leek wel geïnteresseerd. Na een halfuurtje zei ik: “Ik moet maar weer eens op huis aan, maar het was erg gezellig, Bart! Zullen we anders nummers uitwisselen?” Bart keek me ietwat schuldig aan. “Het spijt me, maar die vriendin waar ik het over had? Dat is dus nog niet uit…” Ik keek hem vol ongeloof aan. Waarom had hij dat niet veel eerder gezegd?! Ik had duidelijk laten merken dat ik hem leuk vond…

Bart ging weg, maar ik bleef nog even zitten. Ik voelde mezelf vreselijk. Dit was zo’n rotdag, veel erger kon het echt niet worden! Moedeloos stapte ik in de trein terug naar huis. Toen ik thuis mijn jas aan de kapstok hing, viel er een briefje uit mijn jaszak. Verbaasd vouwde ik het briefje open. Er stond een telefoonnummer op, met de tekst:

Mijn vriendin is inderdaad een bitch. Ik ga morgen naar haar toe om er een punt achter te zetten. Bel me maar, als je er klaar voor bent. X Bart.

Ik geloofde mijn ogen niet! Zo’n knappe man als Bart had interesse in mij! En niet zomaar interesse, hij wou het zelfs uitmaken met zijn vriendin voor mij! Dolblij plofte ik op de bank neer. Misschien was het toch niet zo’n rotdag!


 

Pip & ik

Vroeger was ik niets. Dat klinkt wel erg dramatisch, maar het is waar. Ik gaf nergens om, ik had bijna geen vrienden, geen vriendin, en al mijn familie had ik weggejaagd. En waarom? Ik weet het zelf niet eens. Misschien wou ik gewoon alleen zijn. Of misschien had ik een of andere ziekte of stoornis, weet ik het. Waar het om gaat, is dat ik veranderd ben. Ik heb nu veel vrienden, een vriendin, en een kat. En die kat, daar gaat het om. Zij hielp me veranderen. Hoe dan? Dat zal ik je eens vertellen.

Ik was boodschappen aan het doen (lees: bier en chips), toen ik een mormel van een kat zag zitten. Ze was heel mager, en had een paar wondjes, waarschijnlijk van een gevecht met een andere kat. Ik vond haar maar vies, en ik liep door. Maar elke keer als ik naar de supermarkt ging, zat die kat daar. En altijd keek ze me aan. Het was bijna alsof ze wou zeggen: neem me mee, ik wil jou als mijn baasje! Ik had helemaal geen behoefte aan huisdieren, ik kon nauwelijks voor mezelf zorgen. Ik liep dus altijd door. Maar ergens, diep van binnen, had ik bewondering voor dat beestje. Zo trouw, dat kwam niet vaak voor bij katten.

Toen ik een keer uit was geweest met een vriend van me, gingen we ladderzat naar de supermarkt, om friet en frikadellen te kopen. En tot mijn verbazing liep de kat achter ons aan. Ze had blijkbaar genoeg van het wachten. Ik wou niks doen toen mijn vriend erbij was, omdat hij mij als een stoere gast zag. Dat wou ik niet verpesten, dan stond ik voortaan bekend als een kattenvrouwtje. Maar toen mijn vriend weg was, zette ik een schaaltje melk voor het beestje neer. Ze mauwde naar me, alsof ze me wou bedanken. En ik merkte dat ik daar vrolijk van werd. Iets in me zei dat ik moest zorgen voor deze kat. Dus dat deed ik. Ik zette elke dag een schaaltje melk voor haar neer, en ik kocht een pak kattenbrokjes. En elke dag kwam ze terug.

Na een week of twee had de kat ineens een halsbandje om. Ik snapte er niks van, ik was toch de enige die voor haar zorgde?  ‘Pip’, stond er op het halsbandje, en een telefoonnummer. Ik googelde het nummer, en het bleek bij een adres bij mij in de buurt te horen. Als Pip van die mensen was, waarom hadden ze dan niet beter voor haar gezorgd? Ze leek wel een zwerfkat toen ik haar voor het eerst zag. Ik wist niet goed wat ik moest doen. Ik zette geen melk en brokjes meer neer, want dat voelde als verraad. Vroeger had me dat niets uitgemaakt, maar nu wel. Ik denk dat Pip me toen al enigszins veranderd had. Verbeterd, zelfs. Maar zelfs toen ik geen brokjes en melk meer neerzette, bleef Pip terugkomen. Soms zat ze hele dagen voor de deur, of voor het raam. Dat haatte ik.

Op een dag besloot ik om het nummer te bellen. Er nam een klein kind op, en ik vroeg of ze toevallig een kat hadden. “Ja!” Antwoordde het jongetje enthousiast. “Poes is er nog maar net.” “En waar hebben jullie Poes gekocht dan?” vroeg ik. “Poes is gevonden!” Ik wist genoeg. Pip was dus niet officieel van hen. Maar ja, ze was ook niet officieel van mij. Ik had al een tijdje geen werk meer, maar ik had nog wat spaargeld liggen. Ik pakte 50 euro, en ging naar het adres van de familie Janssen. Toen ik aanbelde, deed een vrouw van rond de 30 open. Ik vertelde mijn verhaal, en ik zei dat ik bereid was om Pip te kopen. De vrouw stribbelde eerst wat tegen, maar ik vertelde haar dat Pip echt veel voor mij was gaan betekenen, en toen ging ze akkoord. Pip ging met mij mee naar huis.

Dat was een beslissende dag voor mij. Ik ging op zoek naar een baan, kreeg daar nieuwe vrienden, en later zelfs een vriendin, Amber. Zonder Pip was mijn leven een stuk minder mooi geweest. En dan te bedenken dat ik haar een lelijk mormel vond, de eerste keer dat ik haar zag.


 

BLAUWE PLEKKEN

Ik hoorde zijn voetstappen op de trap. Doodsbang kroop ik weg onder het bed, in de hoop dat hij me niet zou vinden. De deur ging open. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik hoorde voetstappen. Toen niets. Ik had het raam opengezet, als afleidingsmanoeuvre. Ik bleef stil liggen. Toen hoorde ik weer voetstappen, en een deur die dichtgeslagen werd. Ik was gered! Ik bleef stil liggen, voor het geval dat hij terug zou komen. Hij kwam niet terug, nooit meer.

3 maanden eerder:

Het was een doodnormale dag. Ik zat, samen met mijn beste vriendin Roos, op een terrasje mensen te kijken, toen er ineens een knappe man voorbij liep. Ik keek Roos veelbetekenend aan. Ze trok haar wenkbrauwen op, wat betekende: ‘Zou je dit nou wel doen? Het is net uit met je vorige vriend!’ Maar ik wist het zeker. Roos knikte. Ons plan begon. We stonden op, en ik liet een tientje achter voor de ober. Druk pratend liepen we langs de KM (Knappe Man), terwijl ik mijn portemonnee liet vallen. (Zonder geld, natuurlijk, ik ben niet gek.) Zoals voorspeld pakte de KM mijn portemonnee, en kwam achter ons aan. “Hé!” riep hij. Ik draaide me om, en keek recht in het gezicht van een oud mannetje. Shit. Dat was niet de bedoeling. Ik zag dat Roos haar best deed om haar lachen in te houden. Ik bedankte de man vriendelijk, en nam mijn portemonnee aan. Toen hij weg was, barstten we in lachen uit. Wat een flop was dat!

Ik dacht dat mijn kansen bij KM verkeken waren, want ik wist zijn naam immers niet eens. De kans dat ik hem ooit weer tegen zou komen was minimaal. Maar tot mijn verbazing kwam ik hem een week later weer tegen! Het was een zonnige vrijdagmiddag, en ik was net klaar met werken. Ik belde Roos, en we gingen samen de stad in, even lekker shoppen. We waren net op weg naar Forever 21, toen ik ineens de KM zag! Ik stootte Roos aan. We besloten deze keer een ander plan toe te passen. Ik liep naar hem toe, terwijl Roos achterbleef. Toen ik zeker wist dat hij me zou zien, struikelde ik, waarbij ik de inhoud van mijn tas op de grond liet vallen. “Oh, nee hè,” zuchtte ik, “dat ook nog.” Zoals verwacht kwam KM me helpen. “Gaat het wel?” vroeg hij bezorgd. “Ja, het gaat wel.” antwoordde ik. “Ik heb mijn dag gewoon niet.” “Nou,” zei hij opgewekt, “misschien kan ik jouw dag wat beter maken. Heb je zin in een kopje koffie?” Bingo. “O, graag!” antwoordde ik enthousiast. Ik gaf een knipoog naar Roos, die vrolijk haar duim naar me opstak en zwaaide. Ik zou haar wel een sms’je sturen als ik weer thuis was.

Na een erg leuke en gezellige date met Tim, zo heette hij, ging ik op weg naar huis. Toen ik thuis was belde ik Roos, en vertelde haar alles. Roos was bijna nog enthousiaster dan ik. Alles leek perfect. Tot die ene dag kwam…

Ik had al 3 maanden een relatie met Tim, en alles ging super. Hij was wel een jaloers type, maar daar kon ik wel mee omgaan. Als ik gewoon niet te veel aandacht besteedde aan andere mannen, was er niks aan de hand. Op een dag liep ik met Tim door de stad, toen ik een oud klasgenootje van mij zag. Ik knikte hem vriendelijk toe. Tim zag dat, maar hij zei niks. Hij was daarna wat stiller dan normaal, maar ik zocht er niks achter. Hij had gezegd dat hij hoofdpijn had, en ik geloofde hem. Toen we naar mijn huis reden, kneep hij in het stuur. Ik vond het wat vreemd, maar ik zocht er verder niks achter. Het waren allemaal kleine hints, die ik pas begreep toen het te laat was.

Toen we bij mijn huis waren, ging ik me douchen. Tim bleef beneden zitten, want er was voetbal op tv. Toen ik weer beneden kwam, was Tim nergens te bekennen. Ik dacht dat hij waarschijnlijk iets te drinken aan het halen was, dus ik liep naar de keuken. Daar wachtte hij me op, met een mes in zijn hand. Ik schrok me te pletter. “Is er iets, lieverd?” vroeg ik. Tim werd woest. “JE GAAT VREEMD, OF NIET SOMS?” Schreeuwde hij. “Nee! Waar heb je het over?” “DIE GAST VAN VANMIDDAG, HIJ IS HET HE?” Tim bleef maar schreeuwen, wat ik ook zei. Hij luisterde gewoon niet. Ik probeerde hem te sussen, en legde mijn hand op zijn arm. Toen werd hij helemaal gek. Hij probeerde me te steken met het mes. Ik rende weg, naar mijn slaapkamer. Ik zette snel het raam open, in de hoop dat hij zou denken dat ik uit het raam gesprongen was. Ook gooide ik één van mijn schoenen uit het raam, zodat hij zou denken dat ik mijn schoen daar verloren was. Toen kroop ik onder het bed, en wachtte af.

Nadat Tim de deur dicht had geslagen, wachtte ik nog een halfuur. Na een kwartier hoorde ik een auto wegrijden, maar ik bleef toch liggen, voor de zekerheid. Toen belde ik Roos. Ik pakte snel wat spullen in, en reed naar haar toe. Hij wist waar ik woonde, dus daar was ik voorlopig niet meer veilig. Roos gaf me een dikke knuffel, en zette toen een kopje thee voor me. Toen ik een beetje tot bedaren was gekomen, zei ze dat ik aangifte moest doen bij de politie. Ik durfde niet. “Straks komt hij erachter! En bovendien heb ik helemaal geen bewijs.” Toen bliepte mijn telefoon. Een sms’je!

‘Ik pak je, vuile bitch.’ Dat was het enige wat er stond. Roos keek me aan. “Daar is je bewijs al!” zei ze triomfantelijk. “Ik weet het niet hoor.” antwoordde ik. Roos stelde voor om gewoon even langs te gaan, voor informatie. “Dan kun je altijd nog aangifte doen, als je dat wilt.” Ik stemde in. Alleen wat informatie krijgen kon geen kwaad, toch?

Toen we bij het politiebureau aankwamen, stond daar iemand met een capuchon op. Ik vertrouwde het niet. “Ach, het is vast niks.” zei Roos, “Kom op, we gaan gewoon.” En we gingen. Maar zodra we uit de auto stapten, kwam de persoon met de capuchon op ons afgestormd. Ik gilde. Het was Tim! Hij sloeg me tegen mijn wang. “DAT KRIJG JE ERVAN, KUTWIJF!” Schreeuwde hij. Hij had vast verwacht dat we naar het politiebureau zouden gaan. Tim was woedend. Hij sloeg me nog een keer. Ik dacht dat hij me dood zou slaan. Gelukkig hadden een paar politieagenten zijn geschreeuw gehoord. Ze kwamen naar buiten. Tim werd gearresteerd, en Roos en ik kregen binnen een kopje koffie. Een agente kwam naar me toe, en vroeg of ik aangifte wilde doen. Ik was erg geschrokken, maar ik wilde ook niet dat Tim iemand anders iets aan zou doen. Ik stemde in, en deed aangifte.

Twee weken later was de rechtszaak. Ik wilde er niet bij zijn, maar Roos ging in mijn plaats. Ze vertelde me dat Tim 3 jaar gevangenisstraf heeft gekregen.

Het is nu twee jaar geleden dat Tim de gevangenis in is gegaan. Ik heb ondertussen een hele lieve vriend, Ron, die voor mij door het vuur zou gaan. Ik ben verhuisd, en ik heb een nieuwe baan gezocht. Ik ben nog steeds wat angstig, maar het doet me goed te weten dat Tim voorlopig nog niet vrijkomt.


 

Vertrouwen

Het was een zonnige dag in juli, toen ik hem ontmoette. Ik stond in de supermarkt, naar het schap met ontbijtgranen te turen, toen er ineens een karretje vol tegen me aan werd geramd. Verontwaardigd keek ik om. Toen zag ik dat het een klein kindje was. Ik keek om me heen, zoekend naar de ouders van het kind. “Timmy! Wat doe je nou?!” Hoorde ik achter me. Ik draaide me om, en daar stond hij. Hij droeg een vaal t-shirt en een broek met gaten erin. Normaal haatte ik dat soort broeken, maar bij hem was het anders. Het leek bij hem te passen, zoals brood en Nutella. Over Nutella gesproken, dat moest ik ook nog hebben! Ik was zo in gedachten verzonken dat ik niet eens doorhad dat de man tegen mij aan het praten was. Hij raakte mijn arm aan. “Hé, het spijt me echt.” Hij keek me aan met zijn chocoladebruine ogen. Hmmm, Nutella… “Het is al goed.” Zei ik. Ik was het allang vergeten toen ik hem zag staan, in zijn strakke shirt, waardoor je kon zien dat hij flinke spierballen had. Ik wou dat ik op dat moment gewoon weggelopen was. Dat ik iets had gezegd in de trant van: Tot ziens, het beste, het ga je goed, tot nooit meer ziens. Zoiets. Maar nee. Ik moest zo nodig beginnen te flirten. En hij flirtte terug. En ik moest ook zo nodig vragen of hij een vriendin had, en hij zei van niet. En ik geloofde hem. Daar ging het mis.

Ik bleef hem zien. We gingen op date, maar altijd ergens binnen. Als we een film gingen kijken, deden we dat niet in de bios, maar bij mij op de bank. En als we koffie gingen drinken, zaten we niet op het terras, maar binnen in een hoekje. Hij legde me uit dat hij een moeilijke ex had, die het nog steeds niet goed vond dat hij anderen datete, terwijl het al een jaar uit was. En ik geloofde hem. Ik had zelf ook wat lastige exen gehad, dus ik begreep hem helemaal. Dus we zaten vooral bij mij thuis, of in hoekjes. En dat vond ik eigenlijk prima. Ik voel me achteraf zo stom, ik had het allang door kunnen hebben. Maar ik had het niet door. Het is mijn eigen stomme schuld geweest.

Op een dag zaten we in een restaurant, verstopt in een hoekje, zoals gewoonlijk, toen hij opeens vreemd begon te doen. Hij dook wat meer ineen, en keek om zich heen, om vervolgens snel zijn hoofd af te wenden. Ik dacht dat hij die moeilijke ex misschien gezien had, dus ik vroeg of hij anders wou gaan. Dat wilde hij niet. “Ik ga naar het toilet.” zei hij, “Blijf hier zitten, en wacht tot ik terug kom.” Ik knikte, en bleef zitten. Hij wilde waarschijnlijk wachten tot zijn ex weg was, dacht ik. Daarna zou hij terugkomen, en dan konden we verder eten. Maar hij kwam niet terug.

Ik keek op mijn horloge. Hij was al een halfuur weg! Iets in mij zei dat hij niet van plan was terug te komen. Ik vroeg me af waarom. Vond hij me niet leuk meer? Of wilde hij zijn ex misschien terug? Ik snapte er niks van. Stomme koe die ik was. Ik had toen gewoon weg moeten gaan, maar ik wilde perse nog een kwartier wachten. Ik kon hem niet in de steek laten. Als ik had geweten dat hij me zo zou verraden, dan was ik allang weg geweest. Ik wachtte nog een kwartier. En toen nog een kwartier.

Ik stond net op het punt te gaan, toen hij terugkwam. Mijn hart maakte een sprongetje. Eindelijk! Maar hij zag me niet eens zitten. Hij liep in een rechte lijn naar de blonde serveerster, en pakte haar hand. Ik stond met open mond te kijken. Wat dacht hij wel niet? Dat hij me nu zomaar zonder enige uitleg hier kon laten zitten?! Hij zag me niet, maar zij zag me wel. Ze kwam op me aflopen. “Wat denk jij wel niet dat je aan het doen bent met MIJN vriend?!” Schreeuwde ik. “IK?!” Antwoordde ze verontwaardigd. “IK ben hier degene die met hem getrouwd is en een kind van hem heeft, hoor!” Mijn mond viel open. Hij was dus GETROUWD? Ik keek hem verontwaardigd aan. “Hoe kon je me zo om de tuin leiden? Je zei dat je single was!” Toen werd de serveerster helemaal furieus. “Ga je hem nou ook nog de schuld geven van jouw daden? Je hebt hem gewoon verleid!” Ik gaf het op. Ze was duidelijk blind van verliefdheid, net zoals ik ook blind geweest was. Ik pakte mijn tas, en liep weg. Stomme koe die ik was. Maar die serveerster, dat was de stomste koe van allemaal.